Postduiven in oorlog en vrede

Medailles voor heldenduiven

In 1942 was ons land bezet door de Duitsers. Dick Drijver was toen 20 jaar, hij woonde in Santpoort en was verwoed duivenmelker. Bovendien speelde Dick een rol in het verzet, hij was lid van een Haarlemse knokploeg. Een paar duiven van hem hadden al eens boodschappen overgebracht voor het verzet. Dat was linke soep: iedereen had zijn duiven immers moeten opruimen.

In juli 1942 werd bij Dick Drijver een gewonde Engelse postduif gebracht. Dick lapte de duif op en zette Tommy, zo had hij hem genoemd, in als oorlogskoerier. Hij typte op luchtpostpapier een briefje met informatie over een Duitse marinebasis in IJmuiden, over een vliegveld bij Zwolle en over afluisterposten in Friesland. En hij vroeg of ze via Radio Oranje, de geheime zender vanuit Engeland, wilden melden of Tommy zijn boodschap veilig had bezorgd. Het briefje ging in een kokertje aan de poot van de duif. 

Tommy

“Tommy is veilig aangekomen,” klonk het in augustus 1942 over de radio. Dick Drijver hoorde het bericht ergens in Friesland, waar hij ondertussen moest onderduiken. Twee weken later werd de haven van IJmuiden gebombardeerd. De Duitse marinebasis is nooit meer gebruikt.

Tommy was eigenlijk helemaal geen oorlogsduif. In Engeland gingen tijdens de oorlog de wedvluchten gewoon door. Tommy bleek een afgedwaalde wedvluchtduif. Met zijn boodschap wist hij dus wel zijn hok in Dalton te vinden. Zijn eigenaar, Bill Brockbank, is toen nog even gearresteerd geweest omdat de Engelse politie het Nederlandse briefje niet vertrouwde. Maar al gauw kreeg men in de gaten dat het belangrijke strategische informatie was.

Na de oorlog, op 26 februari 1946 werd de duif in Londen onderscheiden met de Dickin-medaille. Dick Drijver was erbij.

De beroemde GI Joe met zijn Dickin medaille

De Dickin-medaille

Veel duiven die in de Tweede Wereldoorlog bijzondere opdrachten hebben uitgevoerd, werden geëerd met onderscheidingen. De bekendste onderscheiding was de Dickin-medaille uit Engeland.

De medaille is genoemd naar Maria Dickin, die in Londen een organisatie voor dierenbescherming heeft opgericht. In totaal hebben 62 dieren de onderscheiding gekregen, voor heldhaftig gedrag en trouw. Het betrof paarden, honden en 32 duiven. Het gaat vooral om moed en trouw in de Tweede Wereldoorlog, maar niet uitsluitend. In 2007 werd bijvoorbeeld nog de hond Sadie, een labrador, onderscheiden omdat hij in Afghanistan explosieven had opgespoord en zodoende veel levens gered.

De dierenbeschermingsorganisatie van Maria Dickin beheert ook een dierenbegraafplaats waar een aantal van de onderscheiden dieren hun laatste rustplaats hebben gevonden. Die begraafplaats is onlangs gerestaureerd en bij die gelegenheid zijn de dappere dieren nog eens in het zonnetje gezet. 

Willem van Oranje

In ons vorige arikel hebben we het verhaal van GI Joe, de beroemdste duif uit de Tweede Wereldoorlog, al verteld. We laten nu nog een aantal andere heldenduiven de revue passeren. We beginnen met duiven die hun kunststukjes boven Nederland hebben uitgevoerd, net als Tommy. Sommigen denken dat dit Nederlandse duiven waren, maar dat is onjuist. Het waren Engelse duiven die hier werden ingezet en die terug moesten vliegen naar hun hok in Engeland.

“Flying Dutchman” leverde in 1944 liefst drie maal belangrijke informatie af die afkomstig was van geheime agenten in Holland. Bij een vierde poging is de duif verloren gegaan.

Door een bericht dat in 1942 overgevlogen werd door “Dutch Coast” kon de bemanning van een neergestort vliegtuig voor de Nederlandse kust gered worden. De duif moest daarvoor 7,5 uur vliegen onder beroerde omstandigheden.

 

 

   

 

 

 
Een krantenfoto van “William of Orange”. Deze vale doffer vloog met berichten vanaf de Slag bij Arnhem. Zijn naam is dubbelzinnig, verwijst natuurlijk naar de Nederlandse Willem van Oranje, maar ook naar zijn Engelse baas die William heette en de duif was ook nog eens bijna oranje

     Het graf van Mary of Exeter  op de

         erebegraafplaats in Londen            

 

De duif die later “William of Orange” werd genoemd, speelde een belangrijke rol bij de slag om Arnhem. De vale doffer werd gelost op 19 september 1944 om 10.30 uur in Arnhem met gegevens over de landing daar. De duif vloog 480 kilometer waarvan 250 over zee en bereikte zijn hok om 14.55 uur. Hij was gefokt door een zekere Sir William Proctor Smith en getraind door de Engelse Army Pigeon Service. Direct na de oorlog werd ook deze duif onderscheiden met de Dickin-medaille en vervolgens teruggekocht door Sir William voor 135 pond. Mevrouw Smith heeft later die Dickin-medaille geschonken aan een museum. 

Mary of Exeter

“Ruhr-Express” werd na een jaar van hard werken, met lossingen vanuit vliegtuigen en vanaf schepen, in 1945 per parachute gedropt achter de vijandelijke linies. Zij werd gevonden en van informatie voorzien. Zij vloog daarna in recordtijd een kleine 500 kilometer en bezorgde de Engelse geheime dienst een zending belangrijke gegevens.

“Scotch Lass” werd op 12 september 1944 samen met een geheim agent gedropt in Nederland, vloog vervolgens  terug naar Engeland en bereikte haar hok, hoewel gewond, met 38 micro-foto’s.

Eén van de belangrijkste Engelse oorlogsduiven was “Mary of Exeter”. Deze duivin vloog gedurende vijf jaar op alle fronten. Ze liep daarbij vele verwondingen op. Ze sneuvelde tijdens een vlucht en werd op het land teruggevonden. Evenals de hiervoor genoemde duiven werd Mary onderscheiden met de Dickin-medaille. Zij is begraven op de begraafplaats voor dieren die Maria Dickin in Londen heeft ingericht.

   

 De Dickin-medaille van William of Orange. Op de voorkant staat: For Gallantry (voor dapperheid), op de achterkant naam en datum

 

De duif op deze foto is “Gustav”. Deze duif heeft als eerste een bericht overgebracht van de geslaagde invasie in Normandië. Op 1 september 1944 werd de duif onderscheiden met de Dickin-medaille. Rechts Maria Dickin.

Waarom duiven?

Het blijft wonderlijk. Terwijl in 1940 radioverbindingen en draadloze telegrafie al lang bestonden en ook gebruikt werden in de oorlogsvoering, werden toch nog tienduizenden postduiven ingezet. En zoals blijkt uit bovengenoemde voorbeelden, met succes. Hoe kan dat? Waarom gebruikten alle strijdende partijen nog steeds postduiven?

In de eerste plaats waren duiven goedkoop. Radioapparatuur was veel duurder. In de tweede plaats waren de duiven betrouwbaar. Bijna alle duiven die met een bericht werden gelost, bereikten hun hok, terwijl veel radiografische berichten moeilijk aankwamen. Er was regelmatig sprake van vijandelijke storingen en bovendien was er met berichten door de ether altijd het risico van meeluisteren door de vijand. Natuurlijk werd er ook wel eens een duif uit de lucht geschoten, maar dat risico was veel kleiner. Overigens hebben zowel de Duitsers als de geallieerden roofvogels ingezet om duiven te onderscheppen, maar dat lukte toch maar zelden.

Een ander voordeel van postduiven boven telegrafie was dat je aan de poot van zo’n duif veel ingewikkelde informatie kwijt kon. Denk aan microfotografie, denk aan schema’s, denk aan landkaarten. En duiven kon je goed inzetten voor spionagedoeleinden; ze werden bijvoorbeeld gedropt in bezette gebieden zodat ze voorzien van strategische informatie terug konden vliegen naar hun basis.

 

Top