Postduiven in oorlog en vrede

 


1 mei 2016

Weer een aantal lezingen

Het afgelopen seizoen heb ik weer een aantal lezingen gegeven, onder andere in Gieten, Delfzijl, Groningen, Borger en weer in Groningen.


25 maart 2015

Lezingen over Oorlogsduiven

Ook dit voorjaar zijn er weer diverse lezingen over het inzetten van postduiven in de beide wereldoorlogen:

31 maart om 19.30 uur in de bibliotheek te Drachten

22 april  om 20.00 uur bij de Historische Vereniging te Zuidlaren

11 mei  om 19.30 uur in Wooncomplex De Garve te Norg

12 mei  om 19.45 uur bij Vrouwen van Nu te Veendam


28 augustus 2014

Kunnen postduiven heen en weer vliegen?

In de rubriek Oorlogsduiven staat een nieuw artikel. Het gaat over de militaire training postduiven heen en weer te laten vliegen tussen twee bases. Dat leek eind 19e eeuw een oplossing voor communicatieproblemen bij een bezetting.

 Kunnen postduiven heen en weer vliegen?


27 mei 2014

Artikel over Sjoek Smallenbroek

Onder de rubriek Historie tref je een nieuw artikel aan. Het gaat over Smallenbroek, een pionier van de postduivensport in Assen. Hij richtte in 1923 De Snelvlieger op, de vereniging die onlangs is opgegaan in De Luchtbode.

Sjoek Smallenbroek, een andere pionier te Assen


22 april 2014

Interviews over oorlogsduiven en duivensport

Interviews met Heim Meijerink in het Dagblad van het Noorden (12 april 2014), de Leeuwarder Courant (19 april) en op Radio 1 (Een vandaag op de middag van 29 april 2014)


23 maart 2014

Lezingen over oorlogsduiven

Binnenkort geeft Heim Meijerink twee lezingen over oorlogsduiven, dus over het gebruik van postduiven in een aantal oorlogen (zie de betreffende rubriek op deze website):

op 26 maart om 19.45 uur in Hoogermilde (Oude Bieb, Sportlaan)

op 10 april  om 20.00 uur in Bedum, historische vereniging (dorpscentrum)


 

28 januari 2014

Waarom blijven de jonge duiven weg?

Over een recente serie artikelen in Het Spoor zijn we niet zo enthousiast. Hans Stephanus voert de spanning op, deel 8 is al verschenen en hij moet feitelijk nog beginnen aan een soort experiment waarmee hij wil aantonen dat de verliezen van jonge duiven veroorzaakt worden door giftig voer. In zijn eerste afleveringen doet hij namelijk of hij het ei van Columbus heeft gevonden: gif in het voer. Ik heb hem er toen al op gewezen dat ik een half jaar eerder het probleem van de nieuwe bestrijdingsmiddelen in duivenvoer al aan de orde had gesteld (zie het laatste artikel op deze website, verschenen in Het Spoor, april 2013). Hans heeft die primeur niet even in zijn artikelen vermeld. Niet erg sportief.

Van de beloofde wetenschappelijke onderbouwing komt in de artikelenreeks niet veel terecht. Hij noemt vluchtig enkele Franse rapporten waarin de aanwezigheid van sporen van de nieuwe bestrijdingsmiddelen in bijvoorbeeld mais wordt aangetoond. Iets wat al meer dan tien jaar bij iedereen bekend is. Dat was het, niets over het effect op vogels, niets over intensiteit, niets over de bijensterfte. Het experiment waar Hans nu aan begonnen is maakt ook niet zo'n wetenschappelijke indruk...

Hij maakt onderscheid tussen schimmel in het voer en landbouwgif. Dat landbouwgif is inderdaad nieuw sinds ongeveer 20 jaar. Dus dat zou een factor kunnen zijn bij de verliezen, maar die schimmel natuurlijk niet. Ik denk dat er vroeger meer schimmel in het voer zat dan tegenwoordig. Dat wassen van het voer levert natuurlijk niks op. En voor het echte gif heeft Hans een geheimzinnig poeder uitgevonden. Wij wachten op de wetenschappelijke uitleg hierbij, de precieze samenstelling, en een wetenschappelijk verantwoorde evaluatie van zijn experiment. Of ga je dat poeder straks gewoon verkopen, Hans?


26 januari 2014

Waar woon je

"Een goede duivenmelker met de goede duiven wordt altijd kampioen waar hij ook woont". Dit sprookje is voor eens en voor altijd de wereld uit geholpen door A. Coolen. In Het Spoor der Kampioenen heeft hij in een mooie reeks van vijf artikelen keihard aangetoond dat de locatie van het hok flinke invloed heeft op de resultaten. Of het nou een afdeling is, een rayon of nog een ander vliegverband, de hokken met de minste afstand hebben aanzienlijk voordeel. En dat zelfde geldt voor hokken aan de oostkant van het vliegverband. Naarmate het vliegverband langer en breder is, wordt het probleem dus groter. Dat is vooral in alle noordelijke afdelingen het geval. Coolen pleit voor kleinere vliegverbanden waar maar mogelijk, dus ook de norm verlagen, van 90 naar 80 naar 70 hokken. Hoe moet het uiteindelijk als over vijf of tien jaar het aantal spelende hokken nog verder is teruggelopen? De snelheden corrigeren op basis van de ligging, zoals door sommige anderen wordt aanbevolen? 


24 januari 2014

Organisatieontwikkeling NPO 

De drie werkgroepen die voor de NPO aan slag waren, hebben onlangs hun eerste rapport opgeleverd. Het gaat om de opbouw van de organisatie, PR & communicatie en het spelplezier van zoveel mogelijk liefhebbers. De voorstellen zijn behoorlijk ingrijpend: het moet echt anders in postduivenland. De voorstellen zijn nog een beetje bijgeschaafd en worden nu voorgelegd aan de leden in de afdelingen. Je kunt voorspellen wat er nu gaat gebeuren: iedereen wil het weer anders. Hopelijk houdt het NPO-bestuur de rug recht. De diverse adviezen sluiten goed op elkaar aan en gaan inderdaad uit van de sportbeleving van de gewone duivenliefhebbers. Het wordt hoog tijd voor een behoorlijke landelijke sturing, een nationaal vliegprogramma met bijbehorend punten- en kampioenschapsysteem. Goed, het kan hier of daar met een vlucht meer of minder, maar dit programma deugt en voorziet in een absolute noodzaak. Volhouden dus, ook bij veel tegenwind!


 

 

Top